Op survival in de fietsstraat

road-sign-945937_1280Ondanks dat de vakantieperiode net is geëindigd, is het warm. Zelfs op de vroege dinsdagochtend. Ik heb een nette zakelijke jurk aan, met een blazer erover heen. Een echte jas heb ik niet nodig. Ik stap op de fiets.

Als ik de wijk uit ben, kom ik steeds meer fietsers en voetgangers tegen. Al snel wordt het een mensenmassa, die kriskras door elkaar- en langs elkaar- heen lopen en fietsen. Gehaast en zonder echt op te letten en rekening te houden met de andere weggebruikers.  Ik moet wennen aan de drukte, op mijn weg naar het station. De studenten die zonder te kijken, oversteken. Al bellend aan mijn fietsbel, baan ik een weg door de massa’s jonge mensen. De fietsstraat, die tijdens de vakantieperiode uitgestorven was. Waarbij ik ontspannen en zonder andere fietsstraat-gebruikers, door het groen en de stilte naar het station kon fietsen. Die fietsstraat is veranderd in een jungle van voetgangers en fietsers. Op weg naar school, de universiteit of naar het werk. De verkeersregels compleet vergeten, evenals het idee dat er andere weggebruikers zijn. Haaientanden? Dat betekent toch doorfietsen? Zelfs als er verkeer van rechts komt. Een rood stoplicht? Ach, er komen alleen fietsers aan, dus ik rij maar door. Ook al betekent dit dat die fietser hard in de remmen moet knijpen. Inhalen? De tegenliggers gaan wel opzij. Oversteken? We gaan toch gewoon? Zonder te kijken en schuin overstekend. Al bellend aan mijn fietsbel, survival ik door de jungle. Af en toe roep ik ‘Pas op!’ of ‘Kijk uit!’ De één kijkt me geïrriteerd aan, de ander verbaasd en verdwaasd. Ik gok dat die laatste groep uit één of ander klein plattelandsgemeente komt. Aan het begin van het eerste jaar in ‘de grote stad’. Nog niet gewend aan de drukte van de stad. Iets wat we op dit moment gemeen hebben. Ik mis mijn rustige en ontspannen fietsrit naar het station. Het is een survival geworden, continu op de hoede voor onoplettende medeweggebruikers.

Ik steek een weg over, naar het tweede deel van de snel-fiets-route. Die naam doet haar eer aan. Nu de vakantie voorbij is, is het een snelweg geworden. Een snelweg van fietsers. Rechts rijdt een strook aan fietsers, in normaal tempo. Links gaat een strook die net iets harder wil. Belemmerd in het tempo, door de fietsers ervoor, verplaatst de menigte zich richting station. Eén voor één alle fietsers op de rechterhelft voorbij. Het voelt als een vreemde werkelijkheid. Ik kijk naar de andere weghelft en ik zie hetzelfde absurde tafereel. Een snelweg van fietsers richting de universiteit, hogeschool en het ziekenhuis. Allemaal op weg naar werk of studie. Een contrast met de jungle van de eerste helft van de route. De tweede helft is gestructureerde, nette drukte. Hier geen massa’s studenten en scholieren. Hier heersen de werkenden, die in een burgerlijk keurslijf elke ochtend rond hetzelfde tijdstip op weg zijn naar kantoor, de universiteit, de hogeschool of het ziekenhuis. Ik ben één van hen geworden. Geen idee hoe dat gebeurd is, maar ik voel me prettiger in het absurde systeem van de fietssnelweg dan in het survivallen door de jungle van onoplettende studenten en scholieren.

Geef een reactie