Illusie?

train-1039283_1280Het is donderdagmiddag. Ik stap vanuit station Arnhem in de intercity voor mijn dagelijkse treinreis terug naar Nijmegen. Ik neem plaats in de voorste coupé. Na een aantal minuten vertrekt de trein. Precies op tijd. Ik vis een aantal snoepjes uit mijn tas om de tijd te doden.

Halverwege de rit word ik opgeschrikt door het toeteren van de trein. Overal om me heen kijken mensen op. Er wordt vaker en harder getoeterd dan normaal. Het geluid dreunt door de stille coupé. Ik probeer te voelen en te horen of ik iets afwijkends voel of hoor. Gelukkig niets. We rijden over de spoorwegovergang bij station Elst en de noodrem is ingezet. Mijn medepassagiers kijken verschrikt naar buiten. Is er iets aan de hand bij de spoorwegovergang of wil er iemand vanaf het perron voor de trein springen? Abrupt komen we hard tot stilstand op station Elst. De conducteur komt bijna rennend onze coupé binnen, om er aan de andere kant weer uit te gaan. Ik zie dat hij de deur van de machinist opent. Hij gaat naar binnen. Op het spoor naast ons, komt de trein naar Zwolle tot stilstand. Ik vraag me af of hij zo weer gaat vertrekken of dat hij moet wachten. Ik hoor geroezemoes.

Plotseling gaat de deur van de machinist open. De conducteur komt naar buiten en opent de treindeur. Hij loopt het perron op en verdwijnt uit mijn zicht. Eindelijk begint de machinist te praten: ‘Beste dames en heren. Zojuist hebben we vanuit een snelheid van 140 km/u een noodstop gemaakt. Er is een jonge vrouw onder de spoorbomen heen gerend. Waarschijnlijk hebben we haar niet geraakt, maar de conducteur is voor de zekerheid toch gaan kijken. Hij dacht gevoeld te hebben dat we ergens overheen reden’. De machinist vraagt om ons begrip en geduld, totdat we meer weten en hopelijk onze reis kunnen vervolgen. Ik word misselijk bij het idee dat we misschien een vrouw hebben aangereden. Ik kijk mijn buurvrouw aan de andere kant van het gangpad zwijgend aan, zij kijkt zwijgend terug. We weten niets te zeggen, maar onze gezichten spreken boekdelen: Schrik en afschuw. Er loopt een vrouw naar voren en ze spreekt de machinist aan. Ik vang flarden van het gesprek op: ‘Ik denk dat het niet nodig is,’ zegt de machinist. ‘Oké, ik zit daar als jullie me nodig hebben,’ zegt de vrouw. Wijzend naar haar zitplaats. Ik hoor iemand bellen en ik zie mensen appen. Af en toe loopt er weer iemand door het gangpad naar voren, die de machinist aanspreekt en hulp aanbiedt. Een enkeling wisselt een paar woorden uit met een medepassagier. Iedereen wacht een beetje ongerust op nader bericht. Het lijkt eeuwen te duren, voordat we iets te weten komen. Ik probeer te horen of ik in de verte het geluid van sirenes hoor.

Ineens stappen de mannen weer in de trein. We horen de stem van de machinist door het omroepsysteem. We hebben de jonge vrouw gelukkig op een haar na gemist. Hij had bijna haar been geraakt. Het geluid wat de conducteur hoorde, was waarschijnlijk opspattend grind. Wat hij voelde, was blijkbaar niets bijzonders. Kennelijk had de dame in kwestie niet veel in de gaten, want ze is meteen ingecheckt en in de trein richting Zwolle gestapt. Ze schijnt terwijl ze onder de spoorbomen heen rende, ook nog druk bezig te zijn geweest met haar telefoon. Enerzijds gaat een zucht van opluchting door de coupé. Anderzijds hoor ik de passagiers tegen elkaar mompelen. Ze zijn verbaasd en geschokt, dat ze gewoon nog in de trein naar Zwolle is gestapt. Dit terwijl ze bijna geraakt was. De machinist besluit met de woorden dat dit helaas enkele keren per dienst voorkomt. We vervolgen onze reis, met uiteindelijk slechts 10 minuten vertraging.

Gelukkig voor alle betrokkenen is dit goed afgelopen. Wat ik echter wil meegeven, is het volgende: Niets, maar dan ook niets is het waard om je leven op het spel te zetten, zodat je de trein te kunnen halen. Om onder gesloten spoorbomen door te rennen met het risico geschept te worden, waarbij er vrij weinig van je overblijft. Daarnaast de machinist, conducteurs, passagiers en omstanders een trauma te bezorgen, op het moment dat er ook daadwerkelijk een dergelijk ongeval plaatsvindt. Toch schijnt het enkele keren per dienst te gebeuren, dat mensen dit risico nemen. Ik schik hier enorm van.

Dit ‘verhaal’ had ook heel anders kunnen aflopen: Met overal bloed en lichaamsdelen verspreid over het spoor. Met artsen die kijken of er nog iets te redden valt, maar tot de conclusie komen dat ze niets kunnen doen. Met familie en vrienden van het slachtoffer, die diep verdrietig achterblijven. Met omstanders, passagiers en treinpersoneel, die een half trauma oplopen. Dan heb ik het nog niet eens over de gestrande reizigers en de vertragingen, want dat lijkt nu heel onbelangrijk. Ik hoop nooit betrokken te raken bij een dergelijke aanrijding. De klap te horen, te voelen dat we over een lichaam heen rijden en de resten van het slachtoffer te zien. Echter met mijn dagelijkse treinreizen en met blijkbaar de grote hoeveelheid mensen die onder spoorbomen heen lopen, is dit misschien wel een illusie.

Tekst geschreven en eerder verschenen op 12 november 2015.

3 gedachten over “Illusie?

Geef een reactie